Hervormde gemeente Onderdendam

Meditatie

‘Laat er licht zijn! En er was licht.’

In de dagen van Herodes, de koning van Judea, was er een priester van de afdeling van Abia, van wie de naam Zacharias was. En zijn vrouw behoorde tot de dochters van Aäron en haar naam was Elisabet. Zij waren beiden rechtvaardig voor God en wandelden onberispelijk volgens alle geboden en verordeningen van de Heere.
(Lucas 1: 5 en 6

Advent begint in de duisternis. Juist als we ontdekken dat het donker is, kan het advent en kerst worden. Maar als we met ons kunstlicht de donkerheid van ons leven proberen te verdrijven, zal het geen kerst worden voor ons. Als kunstlicht ons genoeg is, waarom zouden we dan verlegen zijn om het ware licht? Maar ‘het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien. Zij die wonen in het land van de schaduw van de dood, over hen zal een licht schijnen.’

En het is donker. In de tijd waarin Zacharias en Elisabet leven, is het donker in Israël, Juda en Jeruzalem. Jazeker, dit is het land waar vroeger van God gesproken werd. Dit is het land waar de grote daden van God van generatie op generatie werden doorverteld. Dit is het land waar de HERE zelf wilde wonen en waar Hij zijn volk regeerde door de Koning die Hij op de troon zette. Hier drukten de profeten hun voeten in de aarde om het woord van God tot het volk te brengen: ‘Alzo spreekt de HERE…’

Maar dat is allemaal verleden tijd geworden. De kennis van Gods Naam en zijn Woord is onder de mensen verdwenen. Het is al weer eeuwen geleden dat er een profeet was in Israël en de stem van God in Israël gehoord werd.

Maar als het echt donker is geworden, kan het niet lang meer duren of het eerste lichtstraaltje van de nieuwe dag begint over de horizon te kruipen. Aan de lange nacht moet een einde komen. De dageraad komt. Maar dat gebeurt nooit in één keer. Het wordt niet van de ene op de andere seconde klaarlichte dag. Het begint heel voorzichtig. Een dun lichtstraaltje. En dat lichtstraaltje wordt dikker en breder en voller… totdat er ook iets van de zon zichtbaar gaat worden. Eerst een randje. Een fel randje van de zon aan de horizon die de duisternis verdrijft met het zachte en toch allesdoordringende licht. Als je het eerste lichtstraaltje ziet, weet je dat de dag gaat komen.

Daar schrijft Lucas over in Lucas 1. De aankondiging van de geboorte van Johannes; de voorloper van Jezus. Johannes is de dageraad en Jezus is de dag. Johannes is het eerste licht over de horizon en Jezus is de Morgenster. God legt zijn Zoon niet zomaar, plompverloren, in de wereld maar Hij bereidt de wereld voor opdat ze zijn Zoon zullen ontvangen. En wij zingen: ‘Hoe zal ik U ontvangen? Hoe wilt Gij zijn ontmoet?’

De donkerheid wordt in Lucas 1 als volgt omschreven: ‘In de dagen van Herodes, de koning van Judea,…’ Herodes, een Edomiet heerst op een brute wijze over Judea. Op de troon van David zit Herodes. Maar dat zal zo niet blijven. Het zal niet donker blijven. Op het eerste gezicht lijkt het alsof God verleden tijd is, maar God zit, met eerbied gesproken, niet stil. Hij is bezig want als we doorlezen horen we van de vrome priester Zacharias en zijn vrouw Elisabet die beiden rechtvaardig zijn voor God en onberispelijk wandelen volgens alle geboden en verordeningen van de Heere. Twee mensen die uit een andere tijd lijken te komen. Ze passen niet in deze tijd. Ze lijken wel een beetje wereldvreemd. Inderdaad. Maar daar storen ze zich niet aan want ze kennen een geheim. Ze leven met God. Zij weten dat de Here leeft en het waard is trouw gediend te worden en dat willen ze doen in en met hun leven. Twee sterren die stralen in deze donkere nacht. Hoe donker het ook is in hun dagen; zij laten zich er niet door afleiden maar blijven trouw. Samen trouw in de dienst aan God. Samen trouw in hun hopen en hun geloven.

Prikkelt u dit? Deze twee mensen? Stel dat dat ook van u en van mij gezegd zou kunnen worden? Zo van: de tijd is duister; we leven in een tijd waarin mensen alleen nog maar met zichzelf bezig zijn. Een tijd van individualisering en autonomisering. Iedereen gaat voor zichzelf en voor zichzelf alleen. Een donkere tijd. En nu staat de lens van de camera ineens op uw leven. Hoe staat u in deze tijd? Wie bent u in de ogen van anderen? Zouden mensen iets van vers 6 in uw leven terug kunnen vinden? ‘Zij waren beiden rechtvaardig voor God en wandelden onberispelijk volgens alle geboden en verordeningen van de Here.’ Zacharias en Elisabet.

God gaat met hen een nieuw begin maken. Bij deze mensen begint na een lange nacht iets van de dageraad over Israël te gloren. Nee, niet omdat deze mensen iets kunnen beginnen. In hun leven is het heel stil gebleven. Wat een verdriet, wat een onmacht en wat een vragen. Maar vooral… wat een stilte. Ook, en misschien wel juist, nu ze ouder geworden zijn. Doodstil. Nee, zij beginnen, ondanks al hun trouw, geloof en gerechtigheid helemaal niets. Maar God wel. Want vandaag vertrekt priester Zacharias naar de tempel om daar het reukoffer te brengen in het heilige. God ziet hem gaan. Een engel is onderweg. Want God is nog lang niet klaar met Israël. Er staan nog beloften uit. God gaat beginnen. De mens is onmachtig om het heil voort te brengen, maar de Here komt er scheppend aan te pas. ‘Laat er licht zijn!’ Zacharias en Elisabeth zullen een zoon krijgen en deze zal uitgaan voor het aangezicht des Heeren en in de geest en de kracht van Elia optreden om de Here een weltoegerust volk te bereiden.
En dan… dan zal de Heere Zijn Zoon, de Messias van Israël en de Verlosser van de wereld, in de wereld leggen. En wij zingen:

Een licht, zo groot, zo schoon,
gedaald van ’s hemels troon,
straalt volk bij volk in d’ ogen;
terwijl het ’t blind gezicht
van ’t heidendom verlicht,
en Israël zal verhogen.

Ds. C. Hoek